Pesioen pensioenen

Menu:

Mogelijkheden van pensioenopbouw

Veel Nederlanders denken dat hun pensioenopbouw goed is geregeld. Een gedachte die veel leeft is dat de opbouw via de werkgever wel voldoende zal zijn om na het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd een goed pensioen te krijgen.


Maar dit is in steeds minder gevallen ook werkelijk zo. Er wordt bovendien steeds vaker en makkelijker van werkgever veranderd, er wordt later begonnen met werken, en er komen steeds meer gevallen van scheiding voor. Zomaar een aantal oorzaken voor een (eventueel) pensioentekort. Controleer in geval van twijfel of uw persoonlijke pensioenopbouw goed geregeld is, en of het pensioen wat u met de huidige stand van zaken op uw oude dag zult gaan krijgen ook werkelijk een reëel inkomen is. Hier kunt u verder lezen over de mogelijkheden op het gebied van pensioenopbouw.

Mogelijkheden van pensioenopbouw
Het ouderdomspensioen wat u na uw pensioengerechtigde leeftijd zult gaan ontvangen bestaat in principe uit drie delen:
· Ten eerste is er de basis in de vorm van een AOW-uitkering welke door de overheid betaald wordt. Iedere Nederlander heeft vanaf zijn 65e levensjaar recht op zijn of haar AOW-uitkering. Tussen het 15e en het 65e levensjaar wordt deze uitkering opgebouwd. Voor ieder jaar dat men verzekerd is, wordt dit AOW-pensioen met 2% opgebouwd.
· Het pensioen dat u heeft opgebouwd via uw werkgever. Dit deel van het uiteindelijke pensioen is de aanvulling op de AOW-uitkering. Iedere Nederlander die in loondienst werkzaam is, bouwt via zijn of haar werkgever dit pensioen op. Dit deel van het pensioen wordt in principe tussen het 25e en het 65e levensjaar opgebouwd, deels via de werkgever. Globaal gezien betaald de werknemer jaarlijks 1,75 tot 2% van zijn of haar bruto salaris aan pensioenpremie. Hoeveel pensioen u werkelijk via uw werkgever opbouwt, is van een aantal factoren afhankelijk, zoals het aantal jaren dat er voor de werkgever wordt gewerkt, de hoogte van het salaris en het soort pensioenregeling.
· Het laatste deel van het uiteindelijke pensioen, is het deel wat nog aanvullend geregeld kan worden. Dit deel kan als extraatje worden toegevoegd aan het ouderdomspensioen. Omdat een redelijk pensioen, waarvoor men gemiddeld uitgaat van 70% van het laatst verdiende loon, te waarborgen, kan men ervoor kiezen om het pensioen aan te vullen door middel van bijvoorbeeld een lijfrente verzekering, een koopsompolis of door middel van de levensloopregeling. De laatste mogelijkheid bestaat overigens pas sinds 2005.

Levensloopregeling
Deze regeling is pas sinds 2005 van kracht, en maakt het mogelijk dat werknemers een deel van hun brutosalaris kunnen sparen. Het gespaarde geld kan vervolgens worden gebruikt om bijvoorbeeld met onbetaald verlof te gaan, maar ook om bijvoorbeeld eerder met pensioen te gaan. Uw neemt uw onbetaalde verlof dan vlak voor uw pensionering op.
De opbouw van de levensloopregeling bedraagt maximaal 12% van uw brutosalaris per jaar. Uw totale levenslooptegoed mag maximaal 210 % van uw bruto jaarloon zijn. Gaat u de regeling toepassen om eerder met pensioen te gaan, dan dient u dit uiteraard wel te overleggen met uw werkgever.