Pesioen pensioenen

Menu:

Diverse pensioenen voor nabestaanden

De naam zegt het eigenlijk al, het nabestaandenpensioen is een pensioen dat na overlijden wordt uitbetaald aan de nabestaanden. Zo heb je een nabestaandenpensioen voor kinderen en partners.

 


De meeste mensen vinden het belangrijk dat de nabestaanden na het overlijden financieel goed zitten en zich geen zorgen over eventuele inkomsten hoeven te maken. Meer over de opbouw van het nabestaandenpensioen en kenmerken van het partner- en wezenpensioen kunt u hier lezen.

Opbouwen van een nabestaandenpensioen
Bij een pensioen voor nabestaanden bouw je een bedrag op, waarvan je nabestaanden na je overlijden een uitkering van ontvangen. Als je stopt met opbouwen dan heb je wel nog het recht op het opgebouwde pensioenbedrag. Toch zie je steeds vaker een pensioen voor nabestaanden dat een risicofactor herbergt. Zo kun je als je ineens stopt met het opbouwen van een nabestaandenpensioen, al je geld verliezen dat je tot dan hebt opgebouwd. Je kunt het vergelijken met een verzekering voor brand. Als je hier niet meer aan betaalt, krijg je ook niets meer vergoed in het geval van brandschade. Als je een nabestaandenpensioen op basis van opbouw hebt, dan behoud je wel het recht op het tot dan toe opgebouwde bedrag, ook in geval van bijvoorbeeld ontslag.

Scheiding en nabestaandenpensioen
Na een scheiding heeft je ex partner wel nog recht op het nabestaandenpensioen dat opgebouwd is voor de scheiding. Ook kan het opgebouwde pensioen in overleg met je partner omgeruild worden voor een ouderdomspensioen. Dit kan alleen op de datum dat het pensioen ingaat.

Partner- en wezenpensioen
Het nabestaandenpensioen kan in twee categorieën verdeeld worden. Zo heb je het partnerpensioen en het wezenpensioen. Het partnerpensioen wordt na je overlijden uitgekeerd aan je partner totdat deze komt te overlijden. Vroeger heette dit weduwen of weduwnaarspensioen. Het wezenpensioen wordt uitbetaald aan je kinderen, als je die hebt. Het wezenpensioen stopt bij de leeftijd van 18 of 21 jaar. Als je kind studeert of arbeidsongeschikt is, dan kan dit doorlopen tot 27 jaar. Als allebei de ouders overleden zijn, dan krijgt het kind of kinderen een dubbel wezen pensioen.